Informatie over de Sloveense taal
De huidige vorm van het Sloveens wordt volgens het Latijnse alfabet geschreven, waarbij een aantal letters zijn toegevoegd. De ontwikkeling van het Sloveense schrift begon bij het Bohorič schrift. Uiteindelijk was het Ljudevit Gaj die het huidige schrift heeft ontwikkeld en was het Stanko Vraz die, in 1839, het eerste boek in het Gaj schrift ontwikkelde. Voor het huidige schrift door Ljudevit Gaj zijn er meerdere schriften geweest die zijn gebruikt in Slovenië. Het begon bij het Bohorič schrift. Adam Bohorič was een Sloveense taalkundige en zijn schrift werd vanaf de 16e tot de 19e eeuw gebruikt. Er waren slechts enkele details die verschilden van het huidige Sloveense schrift. In 1825 vond de priester Fran Metelko het tijd voor een ander schrift dan het Bohorič schrift. Het schrift was gebaseerd op het Duitse systeem, waardoor Metelko werd geprikkeld een nieuw schrift te ontwikkelen. Het schrift dat Metelko ontwikkelde, werd als onhandig ervaren omdat er voor elke klank een aparte letter was. Hierdoor ontstonden er zo veel letters dat het schrift niet handig was in gebruik. In 1833 werd het Metelko schrift verboden door de overheid. Gebaseerd op het Metelko schrift, maar dan veel eenvoudiger, was het Dajnko schrift. Het werd in 1824 ontwikkeld door de priester Peter Dajnko. Samen met vier anderen publiceerden Dajnko ongeveer 50.000 exemplaren in het schrift. Uiteindelijk werd ook dit schrift verboden, in 1838. Het huidige Sloveense schrift is gebaseerd op het werk van de Kroaat Ljudevit Gaj. Hij hervormde het Latijnse schrift voor het Kroatisch en liet zich inspireren door het Tsjechische alfabet. Bepaalde mensen, waaronder Stanko Vraz, vormden een kring rond Gaj. Samen deelden ze dezelfde mening, iedereen vond dat de Kroaten en Slovenen weinig van elkaar verschilden. Daarom werd er een schrift ontwikkeld, die bij zou moeten dragen aan de vereniging van de Zuid-Slaven en later van alle Slavische volkeren. Met deze gedachte werd het schrift verspreid in de Sloveense kroonlanden.
De eerste Sloveense schriftelijke documenten zijn de Freisinger manuscripten. De precieze datum van deze religieuze documenten is niet bekend, maar er wordt gezegd dat ze in de 9e eeuw zijn geschreven. Dit maakt dat deze teksten een van de oudst geschreven teksten zijn van de Slavische talen. De documenten werden ontdekt in Freising, in Duitsland. Al sinds 1803 worden de teksten bewaard in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Sinds 1803 zijn de teksten slechts een keer tentoongesteld in Slovenië, dit was in het jaar 2004.
Meer dan de helft van de Sloveense oppervlakte, namelijk 58%, is bebost. Dit betekent dat Slovenië, op Zweden en Finland na, het groenste land van Europa is. Bijna elke Sloveense inwoner heeft een eigen groentetuin. De Lippizaner paarden vinden hun oorsprong in Slovenië. De paarden komen uit het kleine plaatsje Lipica. Lippizaner is een paardenras die veel wordt gebruikt in de Spaanse rijkunst. In Slovenië hangt bij elk huis de meterkast aan de buitenkant van het huis. De huizen in Slovenië zijn heel kleurrijk. Vooral de kleuren geel, wit, oranje en rood ziet u vaak.